Kraanlijn op de tocht
Als je met je boot een tocht gaat maken, dan zal snel blijken dat de kraanlijn behoorlijk belangrijk is. Tegelijkertijd is die lijn vaak zoek. 'Absoluut!', zegt u nu. Vanuit de top van de mast gaat zij steevast door het dek naar een plaats naast de mast: kikker of klem. Als de boot de haven uitzeilt, ruimt de bemanning alle spullen die niet meteen nodig zijn op, door ze links of rechts naast de mast te schuiven. Extra kleding, een zeilzak met lifejackets, handdoeken, een wasmand met spinnaker, een koelbox etcetera. En daarmee verdwijnt ook de kraanlijn uit het zicht. Dat is lastig want zij is vaak als eerste weer nodig om de giek op te vangen.
Ik weet het natuurlijk niet zeker, maar ik denk dat wedstrijdboten niet eens een kraanlijn hebben. Zo’n bungelende lijn heeft nogal wat lengte en dat betekent derhalve aanzienlijke luchtweerstand en dat is synoniem met (‘Oh no!’) snelheidsreductie. Toerzeilers zal dat worst zijn. De kraanlijn is gemakkelijk om die giek op te vangen als die in de mik moet vallen, je gebruikt hem voor het zetten van een rif en je kunt er vrij eenvoudig de hond mee op de kade takelen. Of de boodschappen in de boot.
Alle reden om het zoekraken van de kraanlijn te bezweren en dat is werkelijk doodeenvoudig. Ik vond de truc in het magazine ‘Zeilen’ en de auteur zag op zijn beurt de oplossing in een Duitse haven op een Dehler 25. Het is weer typisch zo’n Cruyffiaanse kwestie: Je gaat het pas zien als je het door hebt! De kraanlijn moet namelijk vanuit de masttop niet recht naar beneden, maar linea recta terug naar het uiteinde van de giek. Daar kun je een klem monteren of misschien zelfs wel een kikkertje. Dat laatste lijkt mij niet zo’n goed idee, want ik zit niet bepaald te wachten op een ingeslagen kikker ter hoogte van het rotsbeen!
Foto: Het uiteinde van de giek van de Blue Pearl, een Sailhorse. Het kleine blokje aan het beugeltje wordt gebruikt om het onderlijk van het grootzeil op te spannen. Die lijn eindigt in een klem op de zijkant van de giek. Juist daarachter een oogje van aluminium dat ik uit het midden heb gezet. Dat oogje is oorspronkelijk ook bedoeld om de kraanlijn vast te maken. Hier met een snap shackle. Uit het midden om ruimte te creëren voor de retour, waardoor de lijnen min of meer naast elkaar lopen. Op het verticale vlak van de giek is een normale klem geschroefd. Het beugeltje zorgt ervoor dat de kraanlijn niet kan wegwaaien. De kraal kan niet door het beugeltje.
Foto: Keerblokje voor de kraanlijn (Dyneema, 5mm) in de masttop. Typisch zo'n dingetje dat echt de moeite waard is om te vervangen na tien, vijftien of twintig jaar. Vroeger een schijfje dat draaide om een asje, tegenwoordig een stukje high tech dat korte metten maakt met wrijving en slijtage.
Schroef met twee Parkers (zelftappers) op het uiteinde van de giek een klem. Haal de kraanlijn door het oog van de klem met aan het eind een knoop met kraal als stopper. Op die manier kan de kraanlijn niet ontsnappen. Blowin' in the wind, nee, dat moeten we niet hebben! De werkwijze is weinig ingewikkeld. De stuurman trekt één hand uit zijn broekzak, grijpt de lijn bij de kraal en trekt de giek omhoog en klemt de lijn op de gewenste hoogte vast. “Laat het zeil maar zakken, voordek!”


Reacties
Een reactie posten